Susanne Katus: “Ik had meer ruimte nodig”
“Ik genoot van mijn werk als teamchef in Doetinchem. Van het werk, de mensen, de bestuurlijke contacten. Ik merkte ook dat ik in staat was zaken in beweging te zetten. Maar tegelijkertijd had ik het gevoel dat het met mijn loopbaan niet snel genoeg ging. Ik had meer ruimte nodig,” vertelt Susanne Katus.
Voor haar toenmalige korpsleiding in Noord- en Oost Gelderland maakte ze daarom geen geheim van haar ambitie om in een paar jaar toe te groeien naar een functie als strategisch leidinggevende. Plaatsvervangend districtschef leek haar bijvoorbeeld wel een aantrekkelijk perspectief. Het was voor de korpsleiding de reden om de toen 39-jarige Katus voor te dragen voor het tweejarige kandidatenprogramma.
Contextverandering
Het kandidatenprogramma bestaat in grote lijnen uit twee onderdelen, legt Katus uit.“Een praktijkdeel en een cursusdeel. In het praktijkdeel gaat het erom iemand in een andere context te laten werken. Katus: “Nu ben ik in Gelderland-Zuid waarnemend adjunct-divisiechef van de divisie Centrale Operationele Zaken in Nijmegen.” Daarvoor werkte ze een half jaar in Tiel als waarnemend adjunct-districtschef van De Waarden.
Over jezelf leren
“Het meeste heb ik nog wel over mezelf geleerd,” zegt Katus nu het programma bijna is afgerond. “Het deel ‘Ken jezelf’ was een belangrijk aspect van het cursusaanbod. Mijn persoonlijke ontwikkelingen stond daarin centraal.” Wat haar zal bijblijven is dat ze zelfbewuster moet zijn. “Ik ben me er nu beter van bewust dat ik meer van mijn eigen kracht moet uitgaan.” Ze stelt vast dat ze in de eerste fase van haar politieloopbaan veel heeft gedaan om zich aan te passen aan de eisen van de politiewereld. Voor een deel was dat noodzaak, want ze miste aanvankelijk praktijkervaring. Voor ze zich bij de politie meldde voltooide ze twee academische studies: rechten en bestuurskunde. Vervolgens bekleedde ze acht jaar lang diverse burgerfuncties. Ze werkte onder andere als beleidsmedewerker in het regiokorps Utrecht en het ABRIO (een landelijk samenwerkingsprogramma van de politie en het Openbaar ministerie).
Katus: “Ik heb daarom veel moeten doen om ook het echte handwerk onder de knie te krijgen. In de opleidingen die ik volgde was er daarom extra aandacht voor de praktijkkant. Vooral de ervaring op straat is heel vormend geweest. Ik weet wat het is en hoe het voelt om het dagelijkse politiewerk te doen en ik praat zoals agenten dat doen".
“Maar”, voegt ze er aan toe, “ik blijf anders dan de collega’s die zich meteen na hun middelbare bij de politie meldden. En ook sommige collega’s zien je als anders.” Als ze werd ingezet in de basispolitiezorg (BPZ) manifesteerde zich dat het sterkst. Katus: “Je benoemt zaken wel eens anders. Ik kreeg opmerkingen als ik woorden op de werkvloer gebruik als core-busines.” Op het strategische niveau, waar ze nu zit, heeft ze daar overigens minder mee te maken.
Culturele achtergrond
Speelt bij het gevoel anders te zijn ook mee dat ze een Hongaarse vader heeft? ”Ik denk het niet,” antwoordt Katus. “Wat ik wel merk, is dat het me helpt om te gaan met mensen met een andere culturele achtergrond. Dat soort verschillen zijn voor mij vanzelfsprekend en herkenbaar.”
Balans zoeken
De kunst is de juiste balans te vinden tussen aanpassen en jezelf blijven, aldus Katus. “Ik ben daarin erg geholpen door de coach die me door het Kandidatenprogramma ter beschikking is gesteld. Die maakte me er meer bewust van dat ik juist door anders te zijn de politieorganisatie iets te bieden heb.”
Ze zegt het erg naar haar zin te hebben in Nijmegen. “Ik ben blij met het vertrouwen dat ik heb gekregen en voel mij als een vis in het water. Op dit niveau heb ik meer bewegingsruimte en invloed.”
15 maart 2011 geplaatst in de rubriek Mijn carrière > Successen.
