Politie mag voorzichtig juichen: Allochtonen stromen door naar politietop
De benoeming van Martin Sitalsing tot korpschef in Twente was exemplarisch voor de enorme vooruitgang die de politie in een paar jaar tijd heeft gemaakt als het gaat om diversiteit in de top. Onder de ministers ter Horst en Hirsch Ballin is er vaart gemaakt. Het samenwerkingsprogramma Politietop Divers is ingesteld in februari 2008. Het resultaat van dit programma is onderzocht; en het is bemoedigend: allochtonen hebben bij de politie net zoveel kans om door te stromen naar een topfunctie als autochtonen. De politie mag dus juichen, maar voorzichtig. Want de topagenten zijn soms wel moe van het vechten tegen vooroordelen. Dit schrijft Contrast in het aprilnummer van het blad.
Politietop Divers heeft voor een onderzoek naar het resultaat van samenwerkingsprogramma dr. Sjiera de Vries gevraagd, lector multicultureel vakmanschap en diversiteit aan de Politieacademie. Deel van het onderzoek was een diepte-interview met vijftien mensen in de top. Voor de publicatie over dit onderzoek ‘Anders kijken naar talent’, die eind 2010 verscheen, werd een deel van hen opnieuw geïnterviewd.
Volgens het blad Contrast is Khalid El Yattioui, voorzitter van Paraat, de landelijke organisatie van allochtone politiemensen, blij met het resultaat. “Te lang is diversiteitsbeleid een zaak geweest van veel dikke nota's en van korpschefs die er misschien ooit wel iets aan wilden doen. Onder minister Ter Horst is dat echt veranderd. Zij zette het Beleid Samenwerkingsafspraken Diversiteit bij de politie in vanaf 2007, daarin stond onder meer dat bij kroonbenoemingen van 2008 tot 2011 de helft of meer vrouwen of allochtonen moeten zijn. En ze heeft zich daaraan gehouden. Het feit dat zij benoemingen ging tegenhouden, heeft de korpschefs doen wakker schrikken.”
Quota
Het blad schrijft dat een organisatie het niet redt met alleen quota en dat kandidaten soms zelf afkerig zijn van voorkeurbeleid. Zoals Alfred van Dijk (sinds 2010 manager bij het landelijk expertise centrum diversiteit, LECD), toen hij werd voorgedragen voor de opleiding voor leidinggevende bij de politie: “Omdat ik dacht dat ik dan de naam zou krijgen dat ik was gekozen op grond van mijn uiterlijk, en niet vanwege mijn kennis en ervaring. Totdat mijn chef zei dat ik wel gek leek: dit was een kans, die moest ik pakken.”
Baard en promotie
Najib Tuzani, leidinggevende van een wijkmanagementteam, werd ooit aangesproken op zijn snelle carrière, schrijft Contrast: “Toen een collega mij tijdens de koffiepauze met acht collega's vroeg waarom ik een baard droeg en hoe het kwam dat ik zo snel promotie had gekregen, voelde ik dat het om ons heen stil werd. Blijkbaar had die vraag iedereen beziggehouden. Ik zei dat die baard bij me paste en vertelde dat de chef me had binnengeroepen en vroeg of ik echt allochtoon was en of ik promotie wilde maken, en dat ik daar alleen maar een handtekening voor hoefde te zetten. ‘Echt waar?’ werd er gevraagd. ‘Nee, natuurlijk niet’, lachte ik, maar dat is wel wat jullie allemaal schijnen te denken’.” Het blad schrijft dat Tuzani de eisen op de politieacademie te weinig uitdagend vond en tegelijkertijd theologie studeerde en dat hij tijdens zijn stage een project voor jongeren die overlast gaven bedacht, dat werd opgemerkt door de minister. Zijn methodiek wordt nu op meer plaatsen ingezet. Tuzani geeft volgens het blad ook trainingen aan agenten, waarbij hij soms zijn djelebbah draagt; voor de pauze. Er wordt heel anders op hem gereageerd als hij na de pauze terugkomt in zijn uniform.
Primitief denken
Contrast citeert de Surinaams-Nederlandse Janis Tamsma, districtschef in de provincie Groningen, die het een keer is overkomen dat ze zelf voor verdachte werd aangezien, terwijl ze een arrestant binnenbracht. Volgens het blad zijn er meer gekleurde agenten die het overkomt en windt Tamsma zich niet meer op over “dat primitieve denken”, dat in de afgelopen jaren is verminderd, ook bij de politie zelf. Tamsma: “Openlijk racistische opmerkingen hoor je binnen het korps nog maar zelden, de tijden zijn wat dat betreft echt veranderd. Mensen weten dat ze daar niet meer mee wegkomen. Verborgen racisme is er wel, daarin onderscheid ik onwetendheid en kwaadwillendheid. Met de onwetenden ga ik in gesprek en kwaadwillenden, mensen die uitgesproken racistisch zijn probeer ik te isoleren of te negeren. Daar waar het kan pak ik racisme uiteraard aan. Een racistische houding past namelijk absoluut niet in het beeld dat ik heb van een professionele medewerker bij de politie. Maar liever investeer ik in de grote meerderheid die positief tegenover diversiteit staat.”
Het blad heeft het erover dat er ook stemmen zijn van vermoeide mannen en vrouwen in de top die deze uitspaken niet op hun naam willen hebben staan. De vrouw van wie haar ondergeschikten achter haar rug roddelden. Of een man die zegt: “Ik heb een gezin, ik wil geen gezeur.”
De vermoeidheid is volgens Contrast een gevolg van de toch nog trage gang die de politie maakt naar een meer diverse organisatie. Veel te vaak wordt diversiteit als een zaak gezien van allochtonen, en niet als een zaak die de kwaliteit van de hele organisatie kan verbeteren. Politietop Divers zet daar wel op in. De vermoeide geluiden komen zelfs ook van jonge, energieke en ambitieuze dienders. “Als er een uitzettingsbeleid voor Marokkanen komt, weet ik niet of al mijn collega’s zouden weigeren om mee te doen”, zegt iemand.
Janis Tamsma heeft wel een verklaring voor trage veranderingen: veel witte politiemensen kennen allochtonen alleen als verdachten, ze hebben geen vrienden met een andere huidskleur. Daardoor komt het wellicht dat ze van andere groepen zo'n vervormd beeld hebben.
Download
Download ‘Anders kijken naar talent’
Bron: Contrast, 30 april 2011 ‘Politie mag voorzichtig juichen: Allochtonen stromen door naar politietop’
