Jannine van den Berg: “Ik geloof niet in een mannencomplot”
20-03-10 - Politieblad Blauw plaats een lang interview met korpschef Jannine van den Berg van Kennemerland, de eerste blauwe vrouwelijke korpschef.
Nog even doorgaan, dat komt helemaal goed
Op de vraag hoe het volgens haar komt dat er – afgezien van Miriam Barendse in een ad interim functie – tot nu toe geen blauwe vrouwelijke korpschef was in Nederland, maar alleen vrouwelijke zij-instromers van buiten de politie, antwoordt Van den Berg: “Ik geloof niet in een mannencomplot. Ik geloof wel dat de politiecultuur nog niet zo gewend is aan de vrouwelijke stijl van leidinggeven. In de uitvoering is dat al behoorlijk veranderd. En het is natuurlijk een vak waar je niet snel loopt te piepen over iets. Je moet niet te snel omvallen. Dat vind je ook terug in de cultuur. Er zitten twee kanten aan. Het heeft met de organisatie te maken en het heeft met jezelf te maken. Bij vrouwen merk ik wel – dat had ik zelf ook – dat als je twintig tot 25 jaar bij een organisatie zit, je ook wel eens wilt kijken wat er nog meer is in de wereld. Er zijn natuurlijk ook mannen die buiten gaan kijken, maar getalsmatig valt dat minder op. Maar het kan ook met andere zaken te maken hebben. Het helpt als je omgeving je de ruimte en de kansen biedt je te ontwikkelen. Dat is belangrijk als je nog een van de weinigen bent. Volgens mij komen er een heleboel politievrouwen aan die heel ambitieus zijn en die het wel willen. Ik zie gewoon toppers in het land. Daarvan denk ik: ‘Nog even zo doorgaan, dat komt helemaal goed.’ De cultuur is echt veranderd vergeleken met 25 jaar geleden.”
De organisatie moet willen
Over hoe Jan Wiarda Miriam Barendse, Patricia Zorko en haarzelf alle drie tegelijkertijd districtschef maakte in Utrecht. “Dat was vrij revolutionair. We werden Wiarda’s angels genoemd. Daar bedoel ik mee dat de organisatie ook moet willen. Jan Wiarda heeft daar een heel belangrijke rol in gespeeld. Hij stelde drie vrouwen aan van begin dertig die misschien wel allemaal een gezin wilden. Hij maakte zich ook wel zorgen over hoe dat moest gaan met eventuele zwangerschappen. Je ziet waar we nu staan. Miriam Barendse is korpschef ad interim in Brabant-Noord en Patricia Zorko is plaatsvervangend korpschef van het KLPD. Het helpt ook dat mijn man mij volledig steunt en niet te beroerd is bijvoorbeeld schoenen te kopen met de kinderen. En een dag in de week is hij er voor de kinderen. Maar een heleboel vrouwen willen alles. Het eerste stapje van hun kind zien én die topbaan hebben én een heerlijk sociaal leven. Dat is natuurlijk wel heel veel. Ik loop niet in de nieuwste mode, ik heb niet de nieuwste boeken gelezen en de nieuwste films gezien. Dat schiet er een beetje bij in.”
Kinderen: niet stoppen met werken, wel goed regelen
“Ik vond niet dat ik moest ophouden met werken omdat er kinderen kwamen. Dus ik ben doorgegaan als pelotonscommandant en districtschef. De helft van mijn collega’s maakte zich zorgen over hoe ik het zou gaan doen. En de andere helft vond het prima en steunde me. Maar naarmate mensen vaker aan me vroegen hoe ik het ging regelen, hoe vastbeslotener en gretiger ik werd om te zeggen: ‘Nou let maar op!’ En ik vond ook dat het nooit een probleem van de organisatie moest zijn dat ik er een paar maanden tussenuit ging vanwege zwangerschapsverlof. Dus ik ben zelf gaan kijken hoe mijn afwezigheid kon worden opgevangen. Een collega-pelotonscommandant en de plaatsvervangend districtschef vroeg ik of zij mijn werk tijdelijk wilden overnemen. Ondertussen zag ik dat mannen rustig een paar maanden voor studie naar het buitenland gingen. Dat kon dus ook. Ik stelde daarnaast een plan op voor na die vier maanden, zodat ik op vrijdag thuis kon werken. De leiding van het korps Utrecht onder leiding van Jan Wiarda, stond erachter. Als ik mijn resultaten maar zou halen; al deed ik het in drie dagen. Een duobaan was ook goed, maar daar ben ik niet geschikt voor. Ik ben liever zelf verantwoordelijk, dat delen vind ik erg lastig. Maar ik ken een paar voorbeelden waar het goed gaat. Dat vraagt wel duidelijke afspraken tussen de duobaners.”
Combinatie masculien en feminien is het mooist
“Als je net begint bij de politie, ben je nog op zoek naar je eigen plek. Als collega’s op een bepaalde manier reageerden, vroeg ik me soms wel af: ‘Is dat nu omdat ik jong ben, of omdat ik een vrouw ben, of omdat ik als inspecteur, beginnend leidinggevende, binnenkom?’ Daar kom je dus niet uit. Je had toen nog de doorgewinterde adjudanten, wat oudere collega’s, die zeiden: ‘He meisje, kom maar mee, ik laat je het vak zien.’ Ik moest erg oppassen dat het niet een soort vader-dochterrelatie werd. Daar zat ik helemaal niet op te wachten. En ik dacht ook: ‘Ik kan heel veel van ze leren, maar ik moet het toch op mijn eigen manier doen.’ Want ik heb die grijze haren en die grote handen niet. Ik ben van nature wat meer mens- en coachgericht. Maar ik heb wel degelijk ook de masculiene kant in me. Dat ik zeg: ‘En nu gaan we deze kant op.’ Die directe vorm van leidinggeven wordt bij de ME verder ontwikkeld. Dat moet je bevallen en ik vond dat duidelijk en resultaatgericht. Maar de combinatie vind ik het mooist. Afhankelijk van de mensen met wie ik werk, heeft de één wat meer van het ene en de ander wat meer van het andere. Dat verschilt een beetje afhankelijk van de setting waarin je zit.”
Vrouw zijn is geen handicap
Op de vraag of ze ooit het gevoel heeft gehad dat het een handicap was dat ze vrouw is, zegt ze in haar antwoord: “Nee. Het is meer of je het een handicap laat zijn voor jezelf.” En: “Ik ben een vrouw en ik weet al heel lang dat ik dat ben. Het is voor mij helemaal geen probleem. Dus het is meer dat de ander daar moeite mee heeft. Ik kan die ander wel helpen hoe met mij om te gaan, maar het is zijn probleem. Niet het mijne. Dat inzicht viel wel als een kwartje. Daarmee was het voor mij klaar. Als ik merk dat iemand het wat lastig vindt, dan ga ik in gesprek. Door over het werk te praten, verdwijnt het vanzelf. Want het vak is altijd wat ons het meeste bindt.”
Variatie in individuele kwaliteiten
Ze vertelt dat in 1986 de discussie veel sterker speelde of je wel met twee vrouwen op een auto kon, maar dat die discussie nu grotendeels verleden tijd is, omdat het erom gaat of je je veilig voelt bij de ander. “Dat is een gevoel dat losstaat van man of vrouw, kleur of geaardheid, of iemand fysiek klein of groot is. Het gaat erom: ‘Kan ik met jou werken?’ Ik heb kleinere mannen en vrouwen gezien, met wie collega’s graag de straat op gingen. Omdat ze goed in hun vak zijn, een sterke uitstraling hebben, of goed met hun mond zijn. Dat is echt individueel bepaald. Volgens mij is dat ook de toekomst. Dat er binnen de politie vooral wordt gekeken naar de individuele kwaliteiten en dat die doorslaggevend zijn. Dan zou die variatie er vanzelf in moeten zitten. Want het is nu nog enigszins een geforceerde situatie.”
Vrouw zijn soms voordeel, soms nadeel
Ze haalt als voorbeeld de sollicitatieprocedure voor de functie van korpschef Kennemerland aan die alleen was opengesteld voor vrouwen. “Ik heb aangegeven in mijn sollicitatiebrief dat ik me realiseerde dat het een voordeel is dat ik een vrouw ben. Net zoals het soms een nadeel kan zijn, maar dat ik er vanuit ging dat ik zou worden beoordeeld op mijn kwaliteiten en ervaring. En ik denk ook dat ze me niet hadden aangenomen als ik het niet in huis had. Daar lopen ze veel te veel risico voor.”
Bron: Blauw, 20 maart 2010, nummer 6
