Blauw en andere kleuren
Volledige titel: Blauw en andere kleuren; Cultuurverschillen in communicatie tussen politie en allochtonen
In opdracht van: CVO
Datum: juli 2003
Auteurs: drs. F. Leenders, drs. B. Wesselingh
Samenvatting
Onderwerp van dit onderzoek zijn de problematisch verlopende contacten tussen politie en (groepen) allochtonen. De resultaten van dit onderzoek bevestigen het beeld dat het vooral de interacties zijn met allochtone jongeren, met name Marokkaanse en Antilliaanse jongens en jonge mannen, die problematisch verlopen. Ten aanzien van de omgang tussen politie en Marokkaanse jongeren wordt een verharding gesignaleerd, met negatieve beeldvorming over en weer. De politie, met uitzondering van (sommige) wijkagenten, krijgt nauwelijks vat op deze groep. In steden met grote Antilliaanse gemeenschappen doen zich ook veel problemen voor met Antilliaanse jongeren met wie het ook moeilijk is (goede) contacten te leggen. Politie en jongeren klagen over en weer over een gebrek aan respect. Wat opvalt is dat, in het algemeen gesproken en tot op zekere hoogte, wijkagenten minder problemen ervaren en ook beter worden geaccepteerd dan collega's uit de noodhulp. De verklaring daarvoor zou mede gezocht kunnen worden in het verschil in werkhouding en stijl van optreden. Wijkagenten zijn meer gericht op het investeren in goede en duurzame relaties op basis van kennen en gekend worden en wederzijds respect en vertouwen. Agenten in de noodhulp hebben daar geen tijd voor en zijn minder geneigd zich bij hun optreden aan te passen aan specifieke groepen.
Geconcludeerd wordt dat theorieën die rekening houden met de perceptie van communicatiepartners een bruikbaar handvat bieden voor verklaring en verbetering van deze praktijk. Kernbegrippen daarbij zijn enerzijds de eigen groepsidentiteit en anderzijds een open, respectvolle houding van de 'andere partij' ten aanzien van die cultuurspecifieke identiteit. Overigens wordt in dit verband door veel praktijkmensen gewezen op het gevaar van doorschieten: culturele identiteitsverschillen worden onbedoeld en onnodig geaccentueerd en versterkt als men zich als politie te zeer gaan aanpassen aan 'die ander'.
Ten aanzien van vervolg onderzoek wordt aanbevolen dit te richten op belemmerende en faciliterende factoren in de problematische communicatie tussen politie en Marokkaanse en Antilliaanse jongeren Daarbij zou onderscheid gemaakt moeten worden tussen factoren die terug te voeren zijn op etnische cultuurverschillenen en andere.
Doel
Een bijdrage leveren aan verbetering van de communicatie tussen politie en allochtone burgers en aanknopingspunten bieden voor verder onderzoek.
Onderzoeksvragen
De vraag die aan de orde is, is tweeledig: welke interacties verlopen problematisch en waarom. Wat dat laatste betreft focust het onderzoek zich op etnische cultuurverschillen als mogelijk verklaring.
Opzet
In een viertal politieregio's zijn 24 diepte-interviews gehouden met verschillende politiemensen, variërend van politiechefs tot wijk- en noodhulpagenten. Daarnaast zijn in een (Utrechtse) wijk ook 28 allochtonen jongeren geïnterviewd. Verder is een beperkte literatuurscan gemaakt, toegespitst op (bruikbare) theorieën over interculturele communicatie.
Conclusies
Knelpunten in de communicatie
De hoofdvraag van dit explorerend onderzoek is die naar de communicatieproblemen tussen politie en allochtonen. Hierbij gaat het om:
- de aard van de communicatieproblemen;
- de situaties waarin deze zich voordoen;
- met wie of met welke groepen deze problemen aan de orde zijn.
Algemene communicatieproblemen
Met betrekking tot de aard van de communicatieproblemen kwam uit de interviews naar voren dat agenten tijdens de omgang met allochtone burgers verschillen ervaren met taal, lichaamstaal, omgangsvormen en verwachtingspatronen.
Taalproblemen bemoeilijken uiteraard de communicatie, maar het wordt vooral lastig gevonden wanneer kinderen van immigranten als tolk worden ingezet, zeker wanneer deze zelf het onderwerp van gesprek zijn.
De interpretatie van lichaamstaal kan ook problemen geven, waarbij het er in de politiepraktijk vooral om gaat onderscheid te maken tussen temperamentvol en agressief gedrag.
Ook verschillen in omgangsvormen kunnen leiden tot misverstanden en vooral verwarring over elkaars bedoelingen, waardoor onnodig irritaties kunnen ontstaan.
Hetzelfde geldt voor verwachtingspatronen die allochtone burgers kunnen hebben ten aanzien van politie in het algemeen, en ten aanzien van allochtone politiefunctionarissen in het bijzonder. Blijkens de verhalen van politiefunctionarissen kan de communicatie tevens worden bemoeilijkt door wantrouwen jegens de politie.
Bovengenoemde verwarringen worden met diverse allochtone groepen ervaren van verschillende leeftijdsklassen. In hoeverre deze verwarringen als problematisch worden ervaren verschilt per politiefunctionaris, maar ook per culturele groep waarmee zich communicatieproblemen voordoen. De meeste communicatieproblemen doen zich voor tijdens conflictsituaties, met name in het kader van overlast en criminaliteitsbestrijding. In mindere mate komen problemen ook voor tijdens dienstverlenende taken, zoals bij aangiftes.
Specifieke groepen
Volgens de respondenten doen de meeste communicatieproblemen zich voor met Marokkaanse en Antilliaanse jongens en jongemannen. Contacten met Marokkaanse probleemgroepen zijn vaak moeilijk op te bouwen en te onderhouden. Bovendien hebben deze contacten vaak een negatieve lading en vinden ze geregeld plaats in het kader van het samenscholingsverbod. De wederzijdse beeldvorming lijkt veelal zeer negatief. Onder jongeren lijkt dit te worden versterkt doordat velen van hen het idee hebben dat politie de ‘goeden’ niet van ‘kwaden’ weet te scheiden. Een grote groep Marokkanen lijkt te lijden onder het gedrag van een kleine groep Marokkaanse jongemannen, in de vorm van sociale uitsluiting.
Een andere groep die naar voren komt in verband met communicatieproblemen is die van Antilliaanse jongens en jongemannen. Delicten hebben vaak een gewelddadig karakter en contacten met Antilliaanse probleemgroepen zijn moeilijk te leggen en te onderhouden. Binnen deze groepen zou een gebrek aan respect heersen voor politie. Temperamentvol gedrag kan leiden tot spanning en escalaties. Een omzichtige benadering en investeren in goede contacten met deze jongeren zou voordelen bieden bij de oplossing van problemen met deze groep.
Verklaringen
Een andere belangrijke vraag in dit onderzoek is de rol van etnische cultuurverschillen bij communicatieproblemen met allochtonen: Dienen oorzaken te worden gezocht in cultuurverschillen die op etniciteit zijn gebaseerd of zijn andere factoren van belang? Om tot een sluitende beantwoording te komen voor dit dilemma is meer onderzoek nodig. Wel komen uit de data mogelijke aanknopingspunten naar voren die richting kunnen geven bij het vinden van verklaringen voor de communicatieproblemen.
Verklaringen uit de praktijk:
Vanuit de interviews komen factoren naar voren die kunnen worden ingedeeld in drie aandachtsgebieden:
- de functies van politiefunctionarissen
- de organisatie
- persoonskenmerken.
De functies van wijkagent en agent in de noodhulp lijken sterk van invloed op de communicatie. Wijkagenten hebben vanuit hun functie meer mogelijkheden en perspectieven om problemen in de wijk aan te pakken, waaronder een meer maatschappelijk perspectief. Allochtonen jongeren lijken dit te herkennen en oordelen vaak positiever over wijkagenten. Agenten in de noodhulp hebben juist vaak korte contacten in veelal probleemsituaties en werken bovendien vaak vanuit de dienstauto. Beide functies zouden elkaar moeten aanvullen, maar dit lijkt niet altijd het geval. Door de wijkagent opgebouwde contacten kunnen na een actie van de noodhulp worden ondermijnd.
Sommige respondenten achten een cultuurverandering binnen de politie wenselijk om de communicatie met allochtonen te verbeteren. Voor allochtone medewerkers van de politie zou het meer moeite kosten om zich binnen de organisatie staande te houden in vergelijking met hun autochtone collegae. Met betrekking tot de communicatie met allochtonen worden in dit verband twee zaken genoemd die van belang worden geacht.
- Er wordt te weinig gebruik worden gemaakt van de bij de politie reeds aanwezige kennis en expertise.
- Binnen de huidige politiecultuur bestaat onder agenten te weinig animo om zich de expertise ten aanzien van multiculturaliteit eigen te maken.
Op persoonsniveau worden ook factoren gemeld die de communicatie met allochtonen beïnvloeden. Genoemde persoonskenmerken van invloed op de communicatie zijn leeftijd, opleidingsniveau, sekse, geografische ligging werk- en woongebied, ervaring en persoonlijke visie.
Theorie en praktijk
Wanneer theorieën over interculturele communicatie worden vergeleken met de verhalen uit de praktijk, blijkt dat deze elkaar kunnen aanvullen maar soms ook op gespannen voet met elkaar staan. Volgens dergelijke theorieën is de houding van belang voor het verloop van de communicatie tussen personen met een verschillende achtergrond. Ook uit de interviews komt naar voren dat de attitude van een agent tijdens een interactie van grote invloed lijkt op het verloop ervan.
Verder komt zowel uit de praktijkverhalen als de theorie naar voren dat kennis over andere culturen kan bijdragen aan een betere communicatie. Kennis op zich is niet voldoende, het gaat ook om de juiste toepassing ervan: expertise. Hoewel een deel van de agenten dergelijke expertise noodzakelijk vindt om professioneel op te kunnen treden, vinden anderen het ondoenlijk om kennis op te doen over alle verschillende culturen die de samenleving rijk is. Anderen waarschuwen voor onnodige culturalisering van interacties, wijzend op het stigmatiserende effect dat dit kan hebben.
De theorie beschrijft dat setting, doel, proces en resultaat van een interculturele interactie een leereffect tot gevolg hebben dat zowel functioneel als disfunctioneel kan zijn. Met betrekking tot de versterking of afzwakking van wederzijdse vooroordelen en stereotypen, lijkt dit van groot belang voor de dagelijkse politiepraktijk. Vooral agenten in de noodhulp lijken door dergelijke processen het risico te lopen allochtone jongeren over een kam te scheren. Ervaringen met vooral criminele en overlastveroorzakende jongeren worden geprojecteerd op een veel grotere groep jongeren of op de eigen ideeën over de samenleving. Dat laatste kan leiden tot somberheid.
Uit de theorie van de culturele identiteit komen twee voor de onderzoeksvragen relevante aspecten naar voren:
- Culturele identiteiten die personen elkaar toekennen kunnen worden gebaseerd op etniciteit, maar ook op vele andere factoren.
- Oorzaken van miscommunicatie tussen (groepen) mensen met verschillende culturele achtergronden worden vaak te snel en eenzijdig gezocht in de cultuurverschillen.
Om de vraag te beantwoorden in hoeverre communicatieproblemen tussen politie en allochtonen door de etnische cultuurverschillen worden veroorzaakt, is verder onderzoek nodig. Wel lijkt het zinvol om cultuur te beschouwen als een van de vele mogelijke factoren die van invloed kunnen zijn op communicatieproblemen. Voor politiefunctionarissen, werkend in een multiculturele samenleving, lijkt het raadzaam zich altijd bewust te blijven van het risico om onbewust een te grote waarde toe te kennen aan de factor cultuur in het geval van problemen. Wanneer men zoekt naar oplossingen voor problemen van en met allochtone probleemjongeren is het aan te bevelen diverse factoren in beschouwing te nemen waaronder cultuur, zonder onnodig de nadruk te leggen op cultuur.
Aanbevelingen voor verder onderzoek
Om de invloed te bepalen van etnische cultuurverschillen op de communicatie tussen politie en allochtonen, is nader onderzoek nodig. De problemen in de communicatie spitsen zich voornamelijk toe op bepaalde allochtone probleemjongeren. Vooral in de omgang met Marokkaanse en Antilliaanse jongens en jongemannen worden problemen gemeld. Het wordt dan ook aanbevolen vervolgonderzoek te richten op deze groepen. De volgende onderzoeksvragen zijn daarin relevant:
- Wat zijn de belemmerende en faciliterende factoren in de communicatie tussen politie en allochtone probleemgroepen?
- Welke daarvan zijn terug te voeren op etnische cultuurverschillen?
- Welke daarvan zijn terug te voeren andere factoren dan etnische cultuurverschillen?
Met betrekking tot de te onderzoeken jongeren wordt aanbevolen het onderzoek te richten op groepen en niet op individuen. Daarvoor zijn twee redenen op te voeren:
- De communicatieproblemen met allochtone jongeren vooral in groepsverband lijken voor te komen
- Het lijkt ondoenlijk om één-op-één situaties te observeren, zonder de communicatie daarmee te verstoren.
Onderzoeksgroepen
Het onderzoek dient zich te richten op politiefunctionarissen, jongeren en sleutelfiguren. Hieronder worden personen verstaan die relevant zijn in de omgeving (de wijk) van de jongeren. Dit kan variëren van de plaatselijke horecaondernemer tot leraar. Aan de kant van de politie worden wijkagenten en agenten in de noodhulp onderzocht. Daarnaast is het aanbevelenswaardig om ook politiecontactfunctionarissen en event. (jeugd-) rechercheurs te betrekken.
Bij allochtone jongeren kan worden gedacht aan Marokkaanse en Antilliaanse jongeren. Daarnaast zou het onderzoek zich idealiter ook kunnen richten op Turkse en Surinaamse jongeren. Over deze groepen worden minder communicatieproblemen gemeld, een vergelijking zou inzichten kunnen bieden. Tot slot zouden ook autochtone jongeren in het onderzoek moeten worden betrokken. Ook kan worden gedacht aan gemixte groepen.
Methoden
Gezien de complexheid van het onderwerp wordt gedacht aan een combinatie van methoden: (diepte-)interviews, observaties en bronnenonderzoek.
Selectie van wijken
Allereerst dienen wijken te worden geselecteerd. Daarbij zou met een aantal aspecten rekening moeten worden gehouden. Ten eerste worden uiteraard buurten geselecteerd waar zich veel problemen met bepaalde groepen voordoen. Vaak zijn dit zogenaamde achterstandswijken. Ter vergelijk zou het goed zijn, indien mogelijk, om zowel multiculturele als wijken die niet multicultureel zijn te betrekken bij het onderzoek. Een variatie aan typen wijken is gewenst. De te vergelijken onderzoeksgroepen dienen tevens in vergelijkbare buurten te worden onderzocht. Dit om de invloed van sociale positie van de wijk te controleren.
Interviews
Er worden diepte-interviews met betrokken gehouden: politiemensen, jongeren en sleutelfiguren. Betrokkenen die tevens onderwerp van de observaties zijn kunnen meerdere malen worden geïnterviewd, met betrekking tot de observaties.
Observaties
Aanbevolen wordt om observaties te doen van interacties tussen agenten en groepen jongeren. Daarbij wordt aanbevolen om vanuit twee perspectieven te observeren: van binnenuit de groep en van buitenaf.
Bronnenonderzoek
Meldingen bij de meldkamer door burgers over de betrokken groep kunnen worden betrokken bij het onderzoek. Het doel hiervan is onder meer om inzicht te krijgen in de beller, degene die overlast ondervindt. Een ander doel is te kijken of meldingen over specifieke groepen tot andere handelingen leiden dan bij meldingen over andere groepen.
